Voor de contextanalyse is gebruik gemaakt van het activiteitenmodel van Engeström (1987). Het model geeft inzicht in diverse actoren die een rol spelen binnen de Activiteiten systeem Engeströmschoolorganisatie. Zo wordt er onderzoek gedaan naar betrokkenheid, distributie, uitwisseling, productieproces en participatiegraad onder leerkrachten. De tweede paragraaf belicht de leerlingen. Hier wordt openheid, welbevinden, participatiegraad en sociale cohesie onderzocht. In de derde paragraaf wordt de rol van de ouder(s)/verzorger(s) onderzocht wanneer het gaat om betrokkenheid tussen de leerling-ouder, ouder-ouder, openheid van ouders naar school, welbevinden van de leerling op school en openheid van de school.

Methode van onderzoek contextanalyse onder leerkrachten.

Om de betrokkenheid distributie, uitwisseling, productieproces en participatiegraad te onderzoeken is er in oktober 2015 onder leerkrachten (N=22) een schriftelijke vragenlijst uitgezet gebaseerd op vragenlijsten van Reitsma, 2013; Verbiest, 2012; Schenke, et al., 2015 & Castelijns, Koster, & Vermeulen, 2009. Vooraf zijn alle leerkrachten geïnformeerd door middel van een presentatie over de vragenlijst. Dit was nodig om leerkrachten bewust te maken van de kracht van het instrument (Verbiest, 2012). Binnen de vragenlijsten heeft de onderzoeker keuzes gemaakt over de onderdelen die van belang zouden kunnen zijn voor het onderzoek. De vragenlijst bestaat uit 41 vragen, welke verdeeld zijn in een vier-punts- Likertschaal (Baarda et al., 2012). De onderzoeker heeft hiervoor gekozen om leerkrachten bewuster te laten kiezen.

Resultaten onderzoek contextanalyse onder leerkrachten.

Er kan geconcludeerd worden dat er een hoge betrokkenheid is binnen het team (3,38). Leerkrachten zijn trots op de school (3,44). Het team vindt het nog wel lastig om elkaar aan te spreken op gedrag en is van mening dat de directie meer sturing kan geven (2,47). De gemaakte afspraken binnen de school zijn niet voor iedereen duidelijk (2,5). In het ontwerp dient er dan ook rekening mee gehouden te worden dat de afspraken voor een ieder helder zijn. Leerkrachten tonen een grote bereidheid om de school te verbeteren (3,29). Deze bereidheid kan aangewend worden om de innovatie succesvol te laten worden. Verder wordt er binnen de school weinig uitgewisseld over onderwijs en visie (2,73). Om dit te versterken is het van belang met elkaar in gesprek te gaan over het ontwerp.

Methode van onderzoek contextanalyse onder leerlingen.

Om de openheid, welbevinden, participatiegraad en sociale cohesie te onderzoeken bij leerlingen is gebruik gemaakt van de vragenlijst van Verbiest (2012). De vragenlijst is in oktober 2015 schriftelijk afgenomen en bestaat uit 53 vragen opgebouwd in een vier-punts- Likertschaal (Baarda et al., 2012). Er is voor een vierpuntsschaal gekozen om een scherper beeld te krijgen van de gevraagde onderdelen. Daarnaast is aan de leerlingen gevraagd of ze vonden of het moest veranderen ja of nee. Op deze wijze is het voor de onderzoeker mogelijk om de urgentie van de vraag te bepalen. In de vragenlijst heeft de onderzoeker een aantal aanpassingen gemaakt, om het taalgebruik aan te passen aan de leeftijdsgroep.

Resultaten onderzoek contextanalyse onder leerlingen.

Leerlingen geven aan dat iedereen erbij hoort (4,47) en dat ze zich gehoord voelen door de leerkracht (4,25). Leerlingen geven aan dat ze weinig keuze hebben in wat ze willen leren (3,11) en dat de leerkracht dit ook niet faciliteert (3,11). Leerlingen zijn ook minder enthousiast over het feit dat ze weinig nieuwe onderwerpen leren (3,89). Het samenwerken in de groep vinden leerlingen nogal eens lastig (2,23). Met een score van 2,15 geven leerlingen ook aan dat het ook niet altijd gemakkelijk is om samen te werken.

Methode van onderzoek contextanalyse onder ouder(s)/verzorger(s).

Onder ouders is in oktober 2015 onderzoek gedaan naar de betrokkenheid tussen leerling-ouder, ouder-ouder, openheid van ouders naar school, het welbevinden van de leerlingen op school en de openheid van de school. De vragenlijst is overgenomen uit de vragenlijst verkregen van de KPC-groep (Reitsma, 2013). De vragenlijst is digitaal verstuurd naar 290 respondenten (N=290). De vragen konden digitaal door de respondenten ingevuld worden. De vragenlijst bestaat uit acht categorieën. De eerste zeven categorieën bestaan uit een vijf-punts- Likertschaal (Baarda et al., 2012). De vijfpuntsschaal is gekozen wanneer een genuanceerder beeld nodig zou kunnen zijn binnen het domein. De laatste categorie bestaat uit een vier-punts- Likertschaal (Baarda et al., 2012). Bij dit onderdeel is bewust gekozen voor een vierpuntsschaal om de respondenten meer gericht te laten kiezen tussen een stelling. Er is onderzoek gedaan naar de betrokkenheid ouder-kind, ouder-ouder, openheid van school naar ouders, schools welbevinden, sociale cohesie, binding aan de school en actieve deelname van ouders.

Resultaten onderzoek contextanalyse onder ouder(s)/verzorger(s).

De vragenlijst is door 78 respondenten ingevuld. Dit is 27% van uitgenodigde respondenten. Hierdoor is er kans op selectie bias. Respondenten geven aan goed op de hoogte te zijn van de ontwikkelingen van hun kind (4,37). Ook de betrokkenheid van de respondenten onderling is groot (3,73). Ze geven aan een gemiddelde binding te hebben met de school (3,08). Hieruit moet geconcludeerd worden dat dit voor een Jenaplanschool verder versterkt zou mogen worden. Respondenten geven aan een open cultuur te ervaren (3,74). Respondenten geven aan een sterke band met elkaar te hebben wanneer gekeken wordt naar de sociale cohesie (3,40).

Advertenties