6Z2A7153In de loop der jaren zijn er veel verwarrende synoniemen ontstaan over digitale geletterdheid. De termen worden dan ook door elkaar gebruikt en met elkaar verward (Thijs et al., 2014b). “Een digitaal geletterde beschikt over een breed scala van vaardigheden zoals ICT (basis) vaardigheden, computational thinking skills, informatievaardigheden en mediawijsheid” (Thijs et al., 2014b, p. 30).

Onder ICT (basis) vaardigheden wordt kennis en vaardigheden verstaan die nodig zijn om computers en netwerken te begrijpen en om om te gaan met verschillende soorten technologie. Computational thinking skills is het procesmatig maken van problemen op een dusdanige manier dat het mogelijk wordt om computertechnologie te gebruiken. Informatievaardigheden gaat om het zoeken, vinden en het analyseren van bronnen en op basis hiervan informatie gebruiken. Meestal gaat het daarbij tegenwoordig om digitale bronnen. Mediawijsheid gaat over het omgaan met de gemedialiseerde samenleving. Het gaat daarbij om dat burgers zich bewust, kritisch en actief kunnen bewegen in een complexe en veranderlijke gemedialiseerde samenleving (http://curriculumvandetoekomst.slo.nl/21e-eeuwse-vaardigheden/).

Nederlands onderzoek (KNAW, 2012; Kennisnet, 2013) heeft aangetoond dat onze leerlingen redelijk goed zijn in instrumentale vaardigheden. Leerlingen doen het echter slechter wanneer het gaat om structurele vaardigheden en strategische vaardigheden. De uitdaging voor het onderwijs is niet zo zeer om leerlingen te laten werken aan hun basisvaardigheden dan wel te zorgen dat ICT gebruikt wordt als een constructieve manier van vaardigheden.

Er kan gesteld worden dat digitale geletterdheid als paraplu dient voor de andere termen zoals ICT-(basis)vaardigheden, computational thinking skills, informatievaardigheden en mediawijsheid.

Advertenties