Het gebruik van het internet voor werkstukken is binnen scholen gemeengoed geworden (Brand-Gruwel & Walhout, 2010). Er wordt daarbij geen rekening gehouden met het feit dat het zoeken en verwerken van informatie complexe vaardigheden zijn (Brand-Gruwel & Walhout, 2010). Door de grote hoeveelheid aan informatie fladderen leerlingen min of meer van de ene naar de ander pagina. Dit wordt ook wel het ‘butterfly defect’ genoemd (Van der Kaap & Schmidt, 2007). Leerlingen zijn op internet voor een groot deel nog onbewust onbekwaam. Leerkrachten zouden leerlingen op weg moeten helpen om hen bewust bekwaam te maken (Brand-Gruwel & Walhout, 2010). Uit onderzoek blijkt dat maar liefst 87% van de leerlingen internet gebruikt bij het zoeken naar informatie. Vier procent gebruikt daarbij maar boeken uit de bibliotheek (Brand-Gruwel & Walhout, 2010). Verder komt uit onderzoek naar voren dat leerlingen karakteristiek gedrag vertonen in het zoek- en verwerkingsgedrag (Marzano & Heflebower, 2012; Pijpers, 2008; Walraven, 2008). Een uitgebreide lijst met karakteristiek gedrag van leerlingen kunt u vinden bij downloads. Voor leerlingen is een website al bruikbaar wanneer deze antwoord geeft op de vraag, in het Nederlands geschreven is en dat deze er mooi uit ziet (Walraven & Voogt, 2014). Leerlingen gebruiken voor een groot gedeelte bronnen die vallen onder genres die onbetrouwbaar zijn, zoals werk van andere leerlingen en reclames (Walraven & Voogt, 2014). Leerlingen blijken opvallend weinig verkennend te werk te gaan op het internet. Ze blijven vaak terugkomen bij dezelfde websites. Ze hebben dan ook een groot vertrouwen in zoekmachines en ze hebben het gevoel dat zoekmachines hen begrijpen (Kuiper, 2010).  Leerlingen gebruiken voornamelijk Google als primaire zoekmachine. De zoekresultaten binnen Google zijn echter voor leerlingen in het primair onderwijs nog te overweldigend (NextValue Research, 2013). Walvaren en Voogt (2014) stellen dat leerlingen voornamelijk moeite hebben met evaluatievaardigheden. Leerlingen onderschatten vaak de leesvaardigheden die nodig zijn op het internet. Ze hebben het idee dat je op het 6Z2A7181internet helemaal niet hoeft te lezen (Kuiper, 2010). Uit onderzoek blijkt dat de reguliere leesprestaties van leerlingen bij begrijpend lezen op school weinig zeggen over hun (lees)vaardigheden op internet. Voor de echt zwakke lezers is het internet meestal moeilijk (Kuiper, 2010).

Advertenties