Voor de praktijkanalyse is gebruik gemaakt van het activiteitenmodel van Engeström Activiteiten systeem Engeström(1987). In de praktijkanalyse wordt gekeken naar welke kennis, vaardigheden en houdingen op het gebied van informatievaardigheden bij leerlingen en leerkrachtenuit de bovenbouw zichtbaar zijn.

Methode van onderzoek bij leerkrachten over informatievaardigheden.

Er zijn 20 leerkrachten bevraagd over hun kennis, vaardigheden en houding ten aanzien van informatievaardigheden. De vragenlijst is schriftelijk afgenomen en bevatte 27 vragen.  De vragenlijst is onderverdeeld in zes fasen, zoals ook in het model van Brand-Gruwel & Walhout (2010). Tevens is er met het team van de bovenbouw een interview afgenomen. Ook zijn er drie leerkrachten geobserveerd. Leerkrachten moesten een opdracht uitvoeren op het internet, daarbij heeft de onderzoeker zicht gekregen op de vaardigheden van leerkrachten.

Resultaten van leerkrachten over informatievaardigheden.

Twee op de drie leerkrachten geven aan dat informatievaardigheden geïntegreerd zouden moeten worden binnen het onderwijs op de Gabriëlschool. Er is behoefte aan afstemming en inhoudelijke verdieping op dit onderwerp. Leerkrachten geven zich totaal gemiddeld een 4,2. Leerkrachten scoren het beste bij het onderdeel ‘Evalueren’ (4,6) en het minst bij het onderdeel ‘Effectieve zoekstrategie kiezen en uitvoeren’ (3,56). De vaardigheid van het toepassen van effectieve zoekstrategieën scoort op de laatste vier onderdelen beduidend minder goed. Uit de indirecte observatie komt naar voren dat leerkrachten veel herstelstrategieën gebruiken. Tevens komt naar voren dat leerkrachten het lastig vinden om een effectieve zoekstrategie te kiezen en uit te voeren. Geen enkele van de geobserveerde deelnemers controleert de gevonden antwoorden op betrouwbaarheid.

Het is opvallend dat leerkrachten zichzelf wel in staat zien om leerlingen te begeleiden, maar dat ze zelf aangeven over onvoldoende kennis hierover beschikken (2,37). Dit terwijl leerkrachten in de vragenlijst aangeven voldoende vaardig te zijn in informatievaardigheden. Uit het groepsinterview komt naar voren dat leerkrachten het stellen van goede onderzoeksvragen van groot belang vinden en dat leerlingen dit moeilijk vinden. Dit komt ook naar voren bij de resultaten van de leerlingen, waarbij leerlingen aangeven dit nog vrij lastig te vinden (3,62). In de klassen worden informatievaardigheden voornamelijk gebruikt tijdens het maken van werkstukken. De leerkrachten geven aan dat leerlingen voornamelijk gebruik maken van bekende bronnen en dat leerlingen onvoldoende kunnen beoordelen of bronnen betrouwbaar zijn.

Methode van onderzoek bij leerlingen over informatievaardigheden.

Er zijn 97 leerlingen bevraagd over hun kennis en vaardigheden over informatievaardigheden. De vragenlijst is schriftelijk afgenomen en bevatte 27 vragen. De vragenlijst is geconstrueerd op geleide van het zesfasenmodel. Tevens zijn er interviews met leerlingen afgenomen. Het interview is gebaseerd op het onderzoek van Van Sprang (2012). Vooraf heeft de onderzoeker op basis van het zesfasenmodel (Brand-Gruwel & Walhout, 2010) codes opgesteld en de ruwe data hieraan gekoppeld. Ook zijn er drie leerlingen op basis van de eerder ingevulde vragenlijst over hun houding ten opzichte van informatievaardigheden geobserveerd. Leerlingen moesten daarbij een opdracht uitvoeren op het internet.  

Resultaten van leerlingen over informatievaardigheden.

Leerlingen geven zich gemiddeld een 3,79 (vijfpuntsschaal). Leerlingen scoren het beste bij het onderdeel ‘Informatie gebruiken en selecteren’ en het minst bij het onderdeel ‘Effectieve zoekstrategie kiezen en uitvoeren’. Leerlingen geven aan dat ze bekwaam zijn in het stellen van hoofdvragen, maar dat ze het formuleren van deelvragen moeilijker vinden. De leerlingen vinden zichzelf goed in staat om zichzelf te sturen wanneer ze op websites komen die minder bruikbaar zijn voor het doel wat gezocht wordt. Leerlingen vinden het moeilijk om de betrouwbaarheid van een website te beoordelen. Ze weten onvoldoende hoe een zoekmachine werkt en kijken daarbij voornamelijk naar de eerste vijf resultaten. Tijdens de observatie gebruikten de leerlingen voornamelijk Google als zoekmachine. Leerlingen vinden het lastig om goede zoektermen te formuleren en kunnen moeilijk beoordelen of de gevonden informatie betrouwbaar is en of de tekst geschikt is voor verwerking.

Methode van onderzoek bij ouders.

Ouders hebben tijdens de jaarlijkse algemene ouderavond gelegenheid gekregen om deel te nemen aan een workshop over de toekomst van het onderwijs. Aan de deelnemers zijn een aantal stellingen voorgelegd om op te reageren. Er is voor deze werkvorm gekozen, zodat ouders ook op elkaar zouden kunnen reageren.

Resultaten van ouders over informatievaardigheden.

Ouders gaven aan dat ze het leren-leren belangrijk vinden. Daarnaast zijn alle ouders het erover eens dat er wel een bepaalde basis zou moeten zijn waarop teruggevallen kan worden. Onder deze basis verstaan ze zaken als taal en rekenen, maar ook een bepaalde basiskennis over de wereld. Wanneer ouders gevraagd wordt over welke vaardigheden het individu van de toekomst zou moeten beschikken, geven ouders aan dat ze presenteren, omgaan met informatie, communicatie, mening durven geven en ondernemerschap van belang vinden.

Advertenties