Het aanleren van informatievaardigheden is van groot belang (Veen et al., 2005). Internationaal staan informatievaardigheden dan ook steeds meer op de agenda. Zo steunen de Europese Commissie en de Unesco verschillende programma’s voor de ontwikkeling van informatievaardigheden. Beide instanties beseffen dat deze vaardigheden essentieel zijn voor de ontwikkeling van Europa en de wereld (Veen et al., 2005). 061013_internet_citing1Informatievaardigheden gaan over de vaardigheden om informatie te kunnen vinden, deze te analyseren en binnen deze relevante informatie te kunnen zoeken, selecteren, verwerken en gebruiken (Van der Kaap & Schmidt, 2007). Leerlingen kunnen op relatief jonge leeftijd al zoekvaardigheden inzetten, maar het ontbreekt hen aan reflectie en het kritisch lezen van de gevonden informatie (Van der Kaap & Schmidt, 2007). Nagenoeg alle informatie staat tegenwoordig online. Dit houdt in dat wanneer leerlingen onvoldoende toegerust zijn om hier mee om te gaan, zij als functioneel ongeletterd zouden kunnen worden omschreven (Clemens, 2014). De samenleving ‘mediatiseert’: informatie is sneller, in grotere hoeveelheden en voor een almaar groeiend publiek toegankelijk. Voor het primair onderwijs is er nog relatief weinig onderzoek gedaan naar informatievaardigheden, in vergelijking met het voortgezet onderwijs, het beroepsonderwijs of de universiteit (Clemens, 2014; KNAW, 2012; Voogt & Pareja Roblin, 2010). Informatievaardigheden vertonen veel overlap met verschillende vaardigheden van de 21st century skills. Zo zijn vaardigheden als kritisch denken en zelfregulatie van groot belang (Brand-Gruwel & Walhout, 2010).

Advertenties